Verordening (EU) 2024/3015 verbiedt dat producten die met dwangarbeid zijn gemaakt op de markt van de Unie worden gebracht of vanuit de Unie worden uitgevoerd. Zij geldt vanaf 14 december 2027. De regel volgt het product, niet de omvang van de onderneming. Een kleine importeur en een groot merk kunnen allebei worden tegengehouden als de vaststelling is gedaan. De officiële tekst is CELEX 32024R3015.
Onderzoek kan op Unie- of nationaal niveau worden geleid, afhankelijk van de zaak die de verordening toewijst. Autoriteiten kunnen om informatie vragen over het product en over de betrokken leveranciers. Een product waarvan is vastgesteld dat het met dwangarbeid is gemaakt, mag in de Unie niet worden verkocht en hoort niet te worden wederuitgevoerd om de beslissing te omzeilen. Dit is een marktverbod dat vastzit aan een vaststelling over het product. Het is geen algemene zorgplicht van het soort dat de CSDDD vanaf 2029 aan zeer grote ondernemingen oplegt. Traceerbaarheid blijft wel van belang, omdat een autoriteit een product niet kan beoordelen als zij het niet aan een productielocatie kan koppelen.
In textiel zitten de gevoelige stappen in spinnen, weven, verven, knippen en naaien, en in sommige grondstoffen, katoen daaronder. Een merk dat afgewerkte kleding inkoopt, heeft meer nodig dan de naam van de laatste fabriek als er een vraag komt over waar de vezel is geplukt of gesponnen. Dat beeld is vandaag vaak onvolledig. Een ontbrekend certificaat is op zichzelf geen vaststelling van dwangarbeid. Een bedrijf dat de relevante leveranciers niet kan aanwijzen, zal een onderzoek moeilijker kunnen beantwoorden.
Nationaal strafrecht over dwangarbeid blijft naast deze verordening bestaan. Een productverbod en een strafrechtelijk onderzoek zijn verschillende procedures. Wie onderzoekt, en welk bewijs nodig is, staat in de officiële tekst. Controleer die tekst voordat er een intern programma omheen wordt gebouwd.
