Op 9 oktober 2026 beschreef Hans Nauta in Trouw een bezoek van de Inspectie Leefomgeving en Transport aan recyclebedrijf Frankenhuis in Almelo. Sinds de zomer mogen grote merken en winkeliers nieuwe kleding, accessoires en schoenen niet meer vernietigen als die nooit zijn verkocht of gedragen. De fabriek merkt dat die regel ook bij de recycler terechtkomt.

Dit bericht is een lezing van dat artikel, geen juridisch advies. Het stuk in Trouw: Het vernietigingsverbod voor onverkocht textiel raakt ook de recyclingfabriek.

Twee balen nieuwe kleding in een vracht afval

Frankenhuis verwerkt volgens Trouw elke maand 800.000 kilo textiel tot vezels. Directeur Bertram Wevers vertelt de inspecteurs over een vrachtwagen werkkleding, aangevoerd als afval, waarin twee balen splinternieuwe kleding zaten. Mag hij die vernietigen? Moet hij de klant bellen? Kan hij een boete krijgen als hij ze verwerkt? Waar begint zijn verantwoordelijkheid, en waar houdt die op?

Inspecteur Brigit van Daelen noemt in het stuk de uitzonderingen. Vertrouwelijke vernietiging, zoals oude uniformen van de Dienst Justitiële Inrichtingen of jassen van bezorgdiensten die niet in handen van oplichters mogen komen. Namaak die de douane laat vernietigen. Zwaar beschadigde producten. En kleding die een maatschappelijke organisatie heeft geweigerd voor donatie of hergebruik. Pas daarna mag vernietiging. Volgens deze wet, zegt zij, valt recycling onder vernietiging, tenzij van de vezels nieuw textiel wordt gemaakt.

De verantwoordelijkheid ligt bij merk en winkel

De inspectie sprak de afgelopen weken met grote merken. Negen op de tien zeggen dat ze nooit kleding laten vernietigen. Na de uitverkoop gaat een partij bijvoorbeeld naar een keten die restanten opkoopt, zoals TK Maxx. De inspectie wil weten waar de restanten van die ketens daarna blijven.

Luxe merken willen niet dat onverkochte kleding elders opduikt. Trouw noemt het beeld van een kindsoldaat in een Mercedes-overall met logo. Vaak halen die merken onverkochte producten terug naar het hoofdkantoor. Wat er daarna mee gebeurt, is onduidelijk.

Wevers staat achter het verbod. We moeten zuiniger zijn op materialen en het milieu, zegt hij. Tegelijk blijft er een product over waar geen vraag naar is. Recycling heeft volgens hem dunne marges, en hij vraagt de overheid om ook de vraag naar gerecycled materiaal te verplichten. De inspecteurs nemen die opmerking mee naar het ministerie. Frankenhuis hoort bij de Boer Groep.

De wettelijke verantwoordelijkheid ligt bij de merken en de detailhandel. Zij mogen de recycler geen onverkocht textiel laten vernietigen, tenzij er een geldige uitzondering is. Bij twijfel vraagt de fabriek om een schriftelijke bevestiging. De inspectie kan terugkomen en de administratie opvragen.

Voor een merk is de praktische vraag dus: waar blijft een onverkochte partij, en kun je dat laten zien? Versnipperen tot vezels voor een auto of een zitzak telt in deze lezing niet als een nieuwe textielkringloop.